Johannes 1:42
“En hij bracht hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult Cefas genoemd worden (hetwelk overgezet wordt: een steen).”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 1 — omringende verzen
En de twee discipelen hoorden hem spreken, en zij volgden Jezus.
38Jezus dan keerde Zich om en zag hen volgen, en zeide tot hen: Wat zoekt gij? Zij zeiden tot Hem: Rabbi (dat is te zeggen, overgezet zijnde: Meester), waar woont U?
39Hij zeide tot hen: Komt en ziet. Zij kwamen en zagen waar Hij woonde, en bleven die dag bij Hem; het was omstreeks het tiende uur.
40Een van de twee die van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren, was Andreas, de broeder van Simon Petrus.
41Deze vond eerst zijn eigen broeder Simon en zeide tot hem: Wij hebben de Messias gevonden (hetwelk is, overgezet zijnde: de Christus).
En hij bracht hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult Cefas genoemd worden (hetwelk overgezet wordt: een steen).
De volgende dag wilde Jezus naar Galilea vertrekken, en Hij vond Filippus en zeide tot hem: Volg Mij.
44Filippus nu was van Bethsaïda, de stad van Andreas en Petrus.
45Filippus vond Nathanaël en zeide tot hem: Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten: Jezus, de Zoon van Jozef, van Nazareth.
46En Nathanaël zeide tot hem: Kan er iets goeds uit Nazareth komen? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.
47Jezus zag Nathanaël tot Zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!