Johannes 1:46
“En Nathanaël zeide tot hem: Kan er iets goeds uit Nazareth komen? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 1 — omringende verzen
Deze vond eerst zijn eigen broeder Simon en zeide tot hem: Wij hebben de Messias gevonden (hetwelk is, overgezet zijnde: de Christus).
42En hij bracht hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult Cefas genoemd worden (hetwelk overgezet wordt: een steen).
43De volgende dag wilde Jezus naar Galilea vertrekken, en Hij vond Filippus en zeide tot hem: Volg Mij.
44Filippus nu was van Bethsaïda, de stad van Andreas en Petrus.
45Filippus vond Nathanaël en zeide tot hem: Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten: Jezus, de Zoon van Jozef, van Nazareth.
En Nathanaël zeide tot hem: Kan er iets goeds uit Nazareth komen? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.
Jezus zag Nathanaël tot Zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!
48Nathanaël zeide tot Hem: Van waar kent U mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer Filippus u riep, toen gij onder de vijgenboom waart, zag Ik u.
49Nathanaël antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi, U zijt de Zoon van God, U zijt de Koning van Israël!
50Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft gij? Gij zult grotere dingen zien dan deze.
51En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Hierna zult gij de hemel geopend zien, en de engelen Gods opklimmend en nederdalend op de Zoon des mensen.