Johannes 11:3
“Daarom zonden zijn zusters tot Hem, zeggende: Heer, zie, hij die U liefhebt, is ziek.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 11 — omringende verzen
Nu was er een zeker man ziek, genaamd Lazarus, uit Bethanië, het dorp van Maria en haar zuster Martha.
2(Het was die Maria die de Heer met zalf gezalfd had en Zijn voeten met haar haar afgedroogd had, wier broer Lazarus ziek was.)
Daarom zonden zijn zusters tot Hem, zeggende: Heer, zie, hij die U liefhebt, is ziek.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij: Deze ziekte is niet tot de dood, maar tot heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God daardoor verheerlijkt zou worden.
5Jezus nu had Martha lief, en haar zuster, en Lazarus.
6Toen Hij dan gehoord had dat hij ziek was, bleef Hij nog twee dagen in de plaats waar Hij was.
7Daarna zeide Hij tot Zijn discipelen: Laat ons weer naar Judea gaan.
8Zijn discipelen zeiden tot Hem: Rabbi, onlangs trachtten de Joden U te stenigen, en gaat U daarheen weer?