Johannes 11:7
“Daarna zeide Hij tot Zijn discipelen: Laat ons weer naar Judea gaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 11 — omringende verzen
(Het was die Maria die de Heer met zalf gezalfd had en Zijn voeten met haar haar afgedroogd had, wier broer Lazarus ziek was.)
3Daarom zonden zijn zusters tot Hem, zeggende: Heer, zie, hij die U liefhebt, is ziek.
4Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij: Deze ziekte is niet tot de dood, maar tot heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God daardoor verheerlijkt zou worden.
5Jezus nu had Martha lief, en haar zuster, en Lazarus.
6Toen Hij dan gehoord had dat hij ziek was, bleef Hij nog twee dagen in de plaats waar Hij was.
Daarna zeide Hij tot Zijn discipelen: Laat ons weer naar Judea gaan.
Zijn discipelen zeiden tot Hem: Rabbi, onlangs trachtten de Joden U te stenigen, en gaat U daarheen weer?
9Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in de dag? Indien iemand in de dag wandelt, stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld ziet.
10Maar indien iemand in de nacht wandelt, stoot hij zich, omdat er geen licht in hem is.
11Dit sprak Hij, en daarna zeide Hij tot hen: Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken.
12Toen zeiden Zijn discipelen: Heer, indien hij slaapt, zal hij genezen.