Johannes 13:30
“Hij dan, het stukje brood ontvangen hebbende, ging terstond naar buiten; en het was nacht.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 13 — omringende verzen
Hij nu, liggend aan de borst van Jezus, zeide tot Hem: Heer, wie is het?
26Jezus antwoordde: Hij is het, aan wie Ik het stukje brood zal geven, wanneer Ik het gedoopt heb. En toen Hij het stukje brood gedoopt had, gaf Hij het aan Judas Iskariot, de zoon van Simon.
27En na het stukje brood voer de satan in hem. Toen zeide Jezus tot hem: Wat gij doet, doe dat spoedig.
28Niemand van hen die aan tafel zaten wist echter waartoe Hij dit tot hem zei.
29Want sommigen dachten, omdat Judas de beurs had, dat Jezus hem had gezegd: Koop wat wij voor het feest nodig hebben; of dat hij iets aan de armen zou geven.
Hij dan, het stukje brood ontvangen hebbende, ging terstond naar buiten; en het was nacht.
Toen hij dan naar buiten gegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt.
32Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zichzelf verheerlijken, en Hij zal Hem terstond verheerlijken.
33Kinderkens, nog een korte tijd ben Ik bij u. Gij zult Mij zoeken; en zoals Ik tot de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo zeg Ik het nu ook tot u.
34Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
35Hieraan zullen allen weten dat gij Mijn discipelen zijt, indien gij liefde hebt onder elkaar.