Johannes 16:17
“Toen zeiden sommigen van Zijn discipelen onder elkaar: Wat is dit dat Hij tot ons zegt: Een korte tijd, en u zult Mij niet zien; en wederom een korte tijd, en u zult Mij zien; en: Omdat Ik tot de Vader ga?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 16 — omringende verzen
Ik heb u nog veel te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.
13Maar wanneer Hij, de Geest der waarheid, zal gekomen zijn, zal Hij u in de gehele waarheid leiden; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij zal horen, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.
14Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.
15Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.
16Een korte tijd, en u zult Mij niet meer zien; en wederom een korte tijd, en u zult Mij zien, omdat Ik tot de Vader ga.
Toen zeiden sommigen van Zijn discipelen onder elkaar: Wat is dit dat Hij tot ons zegt: Een korte tijd, en u zult Mij niet zien; en wederom een korte tijd, en u zult Mij zien; en: Omdat Ik tot de Vader ga?
Zij zeiden dan: Wat is dit dat Hij zegt: Een korte tijd? Wij weten niet wat Hij zegt.
19Jezus nu wist dat zij Hem wilden vragen, en Hij zei tot hen: Vraagt u onder elkaar over wat Ik heb gezegd: Een korte tijd, en u zult Mij niet zien; en wederom een korte tijd, en u zult Mij zien?
20Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat u zult wenen en klagen, maar de wereld zal zich verheugen; en u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal in blijdschap veranderd worden.
21Een vrouw, als zij baart, heeft verdriet, omdat haar uur is gekomen; maar zodra zij het kind heeft gebaard, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat er een mens in de wereld is geboren.
22En u hebt dan nu wel verdriet, maar Ik zal u wederzien, en uw hart zal zich verheugen, en uw blijdschap zal niemand van u wegnemen.