Johannes 16:23
“En op die dag zult u Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Al wat u de Vader vraagt in Mijn Naam, zal Hij u geven.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 16 — omringende verzen
Zij zeiden dan: Wat is dit dat Hij zegt: Een korte tijd? Wij weten niet wat Hij zegt.
19Jezus nu wist dat zij Hem wilden vragen, en Hij zei tot hen: Vraagt u onder elkaar over wat Ik heb gezegd: Een korte tijd, en u zult Mij niet zien; en wederom een korte tijd, en u zult Mij zien?
20Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat u zult wenen en klagen, maar de wereld zal zich verheugen; en u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal in blijdschap veranderd worden.
21Een vrouw, als zij baart, heeft verdriet, omdat haar uur is gekomen; maar zodra zij het kind heeft gebaard, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat er een mens in de wereld is geboren.
22En u hebt dan nu wel verdriet, maar Ik zal u wederzien, en uw hart zal zich verheugen, en uw blijdschap zal niemand van u wegnemen.
En op die dag zult u Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Al wat u de Vader vraagt in Mijn Naam, zal Hij u geven.
Tot nu toe hebt u niets gevraagd in Mijn Naam; vraagt, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zal worden.
25Deze dingen heb Ik in gelijkenissen tot u gesproken; maar de tijd komt dat Ik niet meer in gelijkenissen tot u zal spreken, maar u ronduit over de Vader zal verkondigen.
26Op die dag zult u vragen in Mijn Naam; en Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u zal bidden,
27Want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.
28Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.