Johannes 18:12
“De bende dan en de overste en de dienaren der Joden grepen Jezus en bonden Hem,”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 18 — omringende verzen
Toen vroeg Hij hun opnieuw: Wie zoekt u? En zij zeiden: Jezus van Nazareth.
8Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd dat Ik het ben; indien u dan Mij zoekt, laat dezen gaan;
9Opdat het woord vervuld zou worden dat Hij gesproken had: Van hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren laten gaan.
10Simon Petrus dan, een zwaard hebbende, trok het uit en sloeg de knecht van de hogepriester en hieuw zijn rechteroor af. De naam van de knecht was Malchus.
11Toen zeide Jezus tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; de drinkbeker die Mijn Vader Mij gegeven heeft, zal Ik die niet drinken?
De bende dan en de overste en de dienaren der Joden grepen Jezus en bonden Hem,
En leidden Hem eerst naar Annas, want hij was de schoonvader van Kajafas, die hogepriester was in dat jaar.
14Nu was Kajafas degene die de Joden de raad gegeven had, dat het nuttig was dat één man voor het volk zou sterven.
15En Simon Petrus volgde Jezus, en ook een andere discipel; en die discipel was bekend bij de hogepriester, en ging met Jezus de binnenplaats van de hogepriester binnen.
16Maar Petrus stond buiten voor de deur. De andere discipel dan, die bekend was bij de hogepriester, ging naar buiten, sprak met de portierster en bracht Petrus naar binnen.
17Toen zeide de dienstmaagd die de deur bewaarde tot Petrus: Bent u ook niet één van de discipelen van deze man? Hij zeide: Ik ben het niet.