Johannes 18:28
“Toen leidden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis; en het was vroeg in de morgen; en zijzelf gingen het rechthuis niet binnen, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar het Pascha zouden kunnen eten.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 18 — omringende verzen
Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwaad gesproken heb, getuig van het kwade; maar indien Ik goed gesproken heb, waarom slaat u Mij dan?
24Nu had Annas Hem gebonden naar Kajafas de hogepriester gezonden.
25En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Bent u ook niet één van Zijn discipelen? Hij ontkende het en zeide: Ik ben het niet.
26Één van de knechten van de hogepriester, een bloedverwant van hem wiens oor Petrus had afgehakt, zeide: Heb ik u niet in de hof met Hem gezien?
27Petrus ontkende het dan opnieuw; en terstond kraaide de haan.
Toen leidden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis; en het was vroeg in de morgen; en zijzelf gingen het rechthuis niet binnen, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar het Pascha zouden kunnen eten.
Pilatus dan ging naar buiten tot hen en zeide: Welke beschuldiging brengt u in tegen deze man?
30Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Hij geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan u overgeleverd hebben.
31Pilatus dan zeide tot hen: Neemt u Hem en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden zeiden dan tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen;
32Opdat het woord van Jezus vervuld zou worden, dat Hij gesproken had om aan te duiden welke dood Hij sterven zou.
33Pilatus dan ging het rechthuis weer in, riep Jezus en zeide tot Hem: Bent U de Koning der Joden?