Johannes 18:30
“Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Hij geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan u overgeleverd hebben.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 18 — omringende verzen
En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Bent u ook niet één van Zijn discipelen? Hij ontkende het en zeide: Ik ben het niet.
26Één van de knechten van de hogepriester, een bloedverwant van hem wiens oor Petrus had afgehakt, zeide: Heb ik u niet in de hof met Hem gezien?
27Petrus ontkende het dan opnieuw; en terstond kraaide de haan.
28Toen leidden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis; en het was vroeg in de morgen; en zijzelf gingen het rechthuis niet binnen, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar het Pascha zouden kunnen eten.
29Pilatus dan ging naar buiten tot hen en zeide: Welke beschuldiging brengt u in tegen deze man?
Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Hij geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan u overgeleverd hebben.
Pilatus dan zeide tot hen: Neemt u Hem en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden zeiden dan tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen;
32Opdat het woord van Jezus vervuld zou worden, dat Hij gesproken had om aan te duiden welke dood Hij sterven zou.
33Pilatus dan ging het rechthuis weer in, riep Jezus en zeide tot Hem: Bent U de Koning der Joden?
34Jezus antwoordde hem: Zegt u dit uit uzelf, of hebben anderen het u van Mij gezegd?
35Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt U gedaan?