Terug naar Johannes 18
VSV
Statenvertaling

Johannes 18:35

Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt U gedaan?

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 18 — omringende verzen

30

Zij antwoordden en zeiden tot hem: Indien Hij geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan u overgeleverd hebben.

31

Pilatus dan zeide tot hen: Neemt u Hem en oordeelt Hem naar uw wet. De Joden zeiden dan tot hem: Het is ons niet geoorloofd iemand ter dood te brengen;

32

Opdat het woord van Jezus vervuld zou worden, dat Hij gesproken had om aan te duiden welke dood Hij sterven zou.

33

Pilatus dan ging het rechthuis weer in, riep Jezus en zeide tot Hem: Bent U de Koning der Joden?

34

Jezus antwoordde hem: Zegt u dit uit uzelf, of hebben anderen het u van Mij gezegd?

35

Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt U gedaan?

36

Jezus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn koninkrijk van deze wereld was, dan zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden; maar nu is Mijn koninkrijk niet van hier.

37

Pilatus dan zeide tot Hem: Bent U dan toch een koning? Jezus antwoordde: U zegt dat Ik een koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, om getuigenis te geven van de waarheid. Een ieder die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.

38

Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En nadat hij dit gezegd had, ging hij opnieuw naar buiten tot de Joden en zeide tot hen: Ik vind in Hem geen enkele schuld.

39

Maar u hebt de gewoonte dat ik u met het Pascha iemand vrijlaat; wilt u dan dat ik u de Koning der Joden vrijlaat?

40

Toen riepen zij allen opnieuw: Niet deze man, maar Barabbas! En Barabbas was een rover.