Johannes 18:5
“Zij antwoordden Hem: Jezus van Nazareth. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En ook Judas, die Hem verraadde, stond bij hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 18 — omringende verzen
Nadat Jezus deze woorden gesproken had, ging Hij met Zijn discipelen uit over de beek Kidron, waar een hof was, die Hij binnenging met Zijn discipelen.
2En ook Judas, die Hem verraadde, kende die plaats, want Jezus was daar dikwijls met Zijn discipelen bijeengekomen.
3Judas dan, een bende soldaten en dienaren van de overpriesters en Farizeeën ontvangen hebbende, kwam daarheen met lantaarns en fakkels en wapenen.
4Jezus dan, wetende alles wat Hem overkomen zou, trad naar voren en zeide tot hen: Wie zoekt u?
Zij antwoordden Hem: Jezus van Nazareth. Jezus zeide tot hen: Ik ben het. En ook Judas, die Hem verraadde, stond bij hen.
Zodra Hij dan tot hen gezegd had: Ik ben het, weken zij terug en vielen op de grond.
7Toen vroeg Hij hun opnieuw: Wie zoekt u? En zij zeiden: Jezus van Nazareth.
8Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd dat Ik het ben; indien u dan Mij zoekt, laat dezen gaan;
9Opdat het woord vervuld zou worden dat Hij gesproken had: Van hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik niemand verloren laten gaan.
10Simon Petrus dan, een zwaard hebbende, trok het uit en sloeg de knecht van de hogepriester en hieuw zijn rechteroor af. De naam van de knecht was Malchus.