Johannes 19:15
“Maar zij riepen: Weg met Hem, weg met Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan Caesar.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 19 — omringende verzen
Toen zei Pilatus tot Hem: Spreekt U niet tot mij? Weet U niet dat ik macht heb U te kruisigen, en macht heb U los te laten?
11Jezus antwoordde: U zou geen enkele macht over Mij hebben, als het u niet van boven gegeven was; daarom heeft hij die Mij aan u overgeleverd heeft de grotere zonde.
12En van toen af zocht Pilatus Hem los te laten; maar de Joden riepen: Als u deze man loslaat, bent u geen vriend van Caesar; een ieder die zichzelf koning maakt, spreekt tegen Caesar in.
13Toen Pilatus dan dit woord hoorde, bracht hij Jezus naar buiten en ging zitten op de rechterstoel, op een plaats die het Plaveisel wordt genoemd, maar in het Hebreeuws Gabbatha.
14En het was de voorbereiding van het Pascha, en het was ongeveer het zesde uur; en hij zei tot de Joden: Zie, uw Koning!
Maar zij riepen: Weg met Hem, weg met Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan Caesar.
Toen leverde hij Hem dan aan hen over om gekruisigd te worden. En zij namen Jezus en leidden Hem weg.
17En Hij droeg Zijn kruis en ging de stad uit naar een plaats die de Schedelplaats wordt genoemd, welke in het Hebreeuws Golgotha heet,
18waar zij Hem kruisigden, en met Hem twee anderen, aan weerszijden één, en Jezus in het midden.
19En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. En er stond geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING DER JODEN.
20Dit opschrift dan lazen vele Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd was dicht bij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn.