Johannes 19:11
“Jezus antwoordde: U zou geen enkele macht over Mij hebben, als het u niet van boven gegeven was; daarom heeft hij die Mij aan u overgeleverd heeft de grotere zonde.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 19 — omringende verzen
Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, riepen zij: Kruisig Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Neemt u Hem en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem.
7De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet, en naar onze wet moet Hij sterven, omdat Hij Zichzelf de Zoon van God heeft gemaakt.
8Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd;
9en hij ging opnieuw het rechthuis binnen en zei tot Jezus: Waar zijt U vandaan? Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
10Toen zei Pilatus tot Hem: Spreekt U niet tot mij? Weet U niet dat ik macht heb U te kruisigen, en macht heb U los te laten?
Jezus antwoordde: U zou geen enkele macht over Mij hebben, als het u niet van boven gegeven was; daarom heeft hij die Mij aan u overgeleverd heeft de grotere zonde.
En van toen af zocht Pilatus Hem los te laten; maar de Joden riepen: Als u deze man loslaat, bent u geen vriend van Caesar; een ieder die zichzelf koning maakt, spreekt tegen Caesar in.
13Toen Pilatus dan dit woord hoorde, bracht hij Jezus naar buiten en ging zitten op de rechterstoel, op een plaats die het Plaveisel wordt genoemd, maar in het Hebreeuws Gabbatha.
14En het was de voorbereiding van het Pascha, en het was ongeveer het zesde uur; en hij zei tot de Joden: Zie, uw Koning!
15Maar zij riepen: Weg met Hem, weg met Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning dan Caesar.
16Toen leverde hij Hem dan aan hen over om gekruisigd te worden. En zij namen Jezus en leidden Hem weg.