Johannes 19:6
“Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, riepen zij: Kruisig Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Neemt u Hem en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 19 — omringende verzen
Toen nam Pilatus dan Jezus en liet Hem geselen.
2En de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd, en zij deden Hem een purperen mantel om,
3en zeiden: Gegroet, Koning der Joden! En zij sloegen Hem met hun handen.
4Pilatus ging daarom opnieuw naar buiten en zei tot hen: Zie, ik breng Hem tot u naar buiten, opdat u weet dat ik geen schuld in Hem vind.
5Toen kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel om. En Pilatus zei tot hen: Zie, de mens!
Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, riepen zij: Kruisig Hem, kruisig Hem! Pilatus zei tot hen: Neemt u Hem en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem.
De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet, en naar onze wet moet Hij sterven, omdat Hij Zichzelf de Zoon van God heeft gemaakt.
8Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd;
9en hij ging opnieuw het rechthuis binnen en zei tot Jezus: Waar zijt U vandaan? Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
10Toen zei Pilatus tot Hem: Spreekt U niet tot mij? Weet U niet dat ik macht heb U te kruisigen, en macht heb U los te laten?
11Jezus antwoordde: U zou geen enkele macht over Mij hebben, als het u niet van boven gegeven was; daarom heeft hij die Mij aan u overgeleverd heeft de grotere zonde.