Johannes 2:10
“En hij zeide tot hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor; en wanneer men goed gedronken heeft, dan wat minder is; maar u hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 2 — omringende verzen
Zijn moeder zeide tot de dienaars: Wat Hij u ook zegt, doet dat.
6En daar stonden zes stenen watervaten, naar de reinigingswijze der Joden, elk twee of drie metreten houdende.
7Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.
8En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het naar de hofmeester. En zij brachten het.
9Toen de hofmeester het water geproefd had dat wijn geworden was, en niet wist vanwaar het was (maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het), riep de hofmeester de bruidegom,
En hij zeide tot hem: Iedereen zet eerst de goede wijn voor; en wanneer men goed gedronken heeft, dan wat minder is; maar u hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.
Dit begin van tekenen deed Jezus te Kana in Galilea, en Hij openbaarde Zijn heerlijkheid; en Zijn discipelen geloofden in Hem.
12Daarna daalde Hij af naar Kapernaüm, Hij en Zijn moeder, en Zijn broeders, en Zijn discipelen; en zij bleven daar niet vele dagen.
13En het Pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem.
14En Hij vond in de tempel hen die ossen en schapen en duiven verkochten, en de wisselaars die daar zaten;
15En nadat Hij een gesel van kleine koorden gemaakt had, dreef Hij hen allen de tempel uit, ook de schapen en de ossen; en de munten der wisselaars stortte Hij uit, en de tafels wierp Hij omver;