VSV
StatenvertalingJohannes 2:3
“En toen de wijn opraakte, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 2 — omringende verzen
1
En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea, en de moeder van Jezus was daar.
2En ook Jezus was genodigd, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.
3
4En toen de wijn opraakte, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te maken? Mijn ure is nog niet gekomen.
5Zijn moeder zeide tot de dienaars: Wat Hij u ook zegt, doet dat.
6En daar stonden zes stenen watervaten, naar de reinigingswijze der Joden, elk twee of drie metreten houdende.
7Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.
8En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het naar de hofmeester. En zij brachten het.