Johannes 20:28
“En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heer en mijn God.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 20 — omringende verzen
Aan wien gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven; en aan wien gij ze inhoudt, die zijn ze ingehouden.
24Maar Thomas, een van de twaalven, genaamd Didymus, was niet bij hen toen Jezus kwam.
25De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de HEER gezien. Maar hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steek in het teken der nagelen, en mijn hand steek in Zijn zijde, zal ik geenszins geloven.
26En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en stond in het midden en zeide: Vrede zij u.
27Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen; en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde; en wees niet ongelovig, maar gelovig.
En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heer en mijn God.
Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, hebt gij geloofd; zalig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloofd hebben.
30Jezus heeft nu ook nog vele andere tekenen gedaan in de tegenwoordigheid van Zijn discipelen, die niet geschreven zijn in dit boek.
31Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn naam.