Johannes 20:23
“Aan wien gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven; en aan wien gij ze inhoudt, die zijn ze ingehouden.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 20 — omringende verzen
Maria Magdalena kwam en verkondigde de discipelen dat zij de HEER had gezien, en dat Hij deze dingen tot haar had gesproken.
19Toen het dan avond was op diezelfde dag, de eerste dag van de week, en de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden, en zeide tot hen: Vrede zij u.
20En nadat Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. Toen waren de discipelen verblijd, toen zij de HEER zagen.
21Jezus zeide dan wederom tot hen: Vrede zij u; gelijkerwijs de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
22En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvang de Heilige Geest.
Aan wien gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven; en aan wien gij ze inhoudt, die zijn ze ingehouden.
Maar Thomas, een van de twaalven, genaamd Didymus, was niet bij hen toen Jezus kwam.
25De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de HEER gezien. Maar hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steek in het teken der nagelen, en mijn hand steek in Zijn zijde, zal ik geenszins geloven.
26En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en stond in het midden en zeide: Vrede zij u.
27Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen; en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde; en wees niet ongelovig, maar gelovig.
28En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heer en mijn God.