Johannes 20:21
“Jezus zeide dan wederom tot hen: Vrede zij u; gelijkerwijs de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 20 — omringende verzen
Jezus zei tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tot Hem: Rabboní! wat zoveel zegt als: Meester.
17Jezus zei tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader; maar ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.
18Maria Magdalena kwam en verkondigde de discipelen dat zij de HEER had gezien, en dat Hij deze dingen tot haar had gesproken.
19Toen het dan avond was op diezelfde dag, de eerste dag van de week, en de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden, en zeide tot hen: Vrede zij u.
20En nadat Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. Toen waren de discipelen verblijd, toen zij de HEER zagen.
Jezus zeide dan wederom tot hen: Vrede zij u; gelijkerwijs de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvang de Heilige Geest.
23Aan wien gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven; en aan wien gij ze inhoudt, die zijn ze ingehouden.
24Maar Thomas, een van de twaalven, genaamd Didymus, was niet bij hen toen Jezus kwam.
25De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de HEER gezien. Maar hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steek in het teken der nagelen, en mijn hand steek in Zijn zijde, zal ik geenszins geloven.
26En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en stond in het midden en zeide: Vrede zij u.