Johannes 20:19
“Toen het dan avond was op diezelfde dag, de eerste dag van de week, en de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden, en zeide tot hen: Vrede zij u.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 20 — omringende verzen
En nadat zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, en wist niet dat het Jezus was.
15Jezus zei tot haar: Vrouw, waarom weent u? Wie zoekt u? Zij, denkende dat het de hovenier was, zei tot Hem: Mijnheer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem neergelegd hebt, en ik zal Hem weghalen.
16Jezus zei tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tot Hem: Rabboní! wat zoveel zegt als: Meester.
17Jezus zei tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader; maar ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.
18Maria Magdalena kwam en verkondigde de discipelen dat zij de HEER had gezien, en dat Hij deze dingen tot haar had gesproken.
Toen het dan avond was op diezelfde dag, de eerste dag van de week, en de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden, en zeide tot hen: Vrede zij u.
En nadat Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. Toen waren de discipelen verblijd, toen zij de HEER zagen.
21Jezus zeide dan wederom tot hen: Vrede zij u; gelijkerwijs de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
22En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvang de Heilige Geest.
23Aan wien gij de zonden vergeeft, die zijn ze vergeven; en aan wien gij ze inhoudt, die zijn ze ingehouden.
24Maar Thomas, een van de twaalven, genaamd Didymus, was niet bij hen toen Jezus kwam.