Terug naar Johannes 21
VSV
Statenvertaling

Johannes 21:19

Dit nu zeide Hij, aanduidende met wat voor dood hij God verheerlijken zou. En nadat Hij dit gesproken had, zeide Hij tot hem: Volg Mij.

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 21 — omringende verzen

14

Dit is nu de derde maal dat Jezus Zich aan Zijn discipelen openbaarde, nadat Hij uit de doden opgewekt was.

15

Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief meer dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heer, Gij weet dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren.

16

Hij zeide wederom tot hem ten tweeden male: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heer, Gij weet dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn schapen.

17

Hij zeide tot hem ten derden male: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij hem ten derden male zeide: Hebt gij Mij lief? En hij zeide tot Hem: Heer, Gij weet alle dingen; Gij weet dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.

18

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Toen gij jong waart, gorddet gij uzelf en wandeldet waarheen gij wildet; maar wanneer gij oud zult geworden zijn, zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u omgorden en brengen waarheen gij niet wilt.

19

Dit nu zeide Hij, aanduidende met wat voor dood hij God verheerlijken zou. En nadat Hij dit gesproken had, zeide Hij tot hem: Volg Mij.

20

En Petrus, zich omkerend, zag de discipel volgen dien Jezus liefhad, die ook aan Zijn borst aanlag bij het avondmaal en gezegd had: Heer, wie is het die U verraadt?

21

Petrus dan, hem ziende, zeide tot Jezus: Heer, maar wat zal deze doen?

22

Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat u dat aan? Volg gij Mij.

23

Dit woord dan ging uit onder de broeders, dat die discipel niet sterven zou; doch Jezus had niet tot hem gezegd dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat u dat aan?

24

Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen geschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waar is.