Johannes 3:25
“Toen ontstond er een vraagstuk onder enige discipelen van Johannes en de Joden over de reiniging.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 3 — omringende verzen
Want een ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet bestraft worden.
21Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gewrocht zijn.
22Na deze dingen kwam Jezus met Zijn discipelen in het land van Judéa; en Hij verbleef daar met hen en doopte.
23En Johannes doopte ook te Enon, dicht bij Salim, omdat daar veel water was; en zij kwamen en werden gedoopt.
24Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.
Toen ontstond er een vraagstuk onder enige discipelen van Johannes en de Joden over de reiniging.
En zij kwamen tot Johannes en zeiden tot hem: Rabbi, Hij die bij u was aan gene zijde van de Jordaan, van wie u getuigd hebt, zie, Die doopt, en allen komen tot Hem.
27Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan niets ontvangen, tenzij het hem van de hemel gegeven zij.
28Gijzelf getuigt van mij dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet, maar ik ben voor Hem uitgezonden.
29Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die staat en hem hoort, verblijdt zich zeer over de stem van de bruidegom; deze mijn blijdschap dan is vervuld.
30Hij moet wassen, maar ik moet minder worden.