Johannes 3:30
“Hij moet wassen, maar ik moet minder worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 3 — omringende verzen
Toen ontstond er een vraagstuk onder enige discipelen van Johannes en de Joden over de reiniging.
26En zij kwamen tot Johannes en zeiden tot hem: Rabbi, Hij die bij u was aan gene zijde van de Jordaan, van wie u getuigd hebt, zie, Die doopt, en allen komen tot Hem.
27Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan niets ontvangen, tenzij het hem van de hemel gegeven zij.
28Gijzelf getuigt van mij dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet, maar ik ben voor Hem uitgezonden.
29Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die staat en hem hoort, verblijdt zich zeer over de stem van de bruidegom; deze mijn blijdschap dan is vervuld.
Hij moet wassen, maar ik moet minder worden.
Die van boven komt, is boven allen; wie van de aarde is, is aards en spreekt van de aarde; Die uit de hemel komt, is boven allen.
32En wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en niemand neemt Zijn getuigenis aan.
33Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, heeft bezegeld dat God waarachtig is.
34Want Die God gezonden heeft, spreekt de woorden Gods; want God geeft de Geest niet met mate aan Hem.
35De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.