Terug naar Johannes 6
VSV
Statenvertaling

Johannes 6:22

De volgende dag, toen het volk dat aan de overkant van de zee stond, zag dat er geen ander schip was dan dat ene waarin Zijn discipelen ingestapt waren, en dat Jezus niet met Zijn discipelen in het schip gegaan was, maar dat Zijn discipelen alleen vertrokken waren;

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 6 — omringende verzen

17

En zij gingen in een schip en voeren over de zee naar Kapernaüm. En het was reeds donker geworden, en Jezus was niet tot hen gekomen.

18

En de zee rees op door een grote wind die waaide.

19

Toen zij dan omtrent vijf en twintig of dertig stadiën gevaren hadden, zagen zij Jezus op de zee wandelen en dichtbij het schip komen; en zij werden bevreesd.

20

Maar Hij zei tot hen: Ik ben het; wees niet bevreesd.

21

Zij wilden Hem dan graag in het schip opnemen; en terstond was het schip aan het land waar zij naartoe gingen.

22

De volgende dag, toen het volk dat aan de overkant van de zee stond, zag dat er geen ander schip was dan dat ene waarin Zijn discipelen ingestapt waren, en dat Jezus niet met Zijn discipelen in het schip gegaan was, maar dat Zijn discipelen alleen vertrokken waren;

23

(Maar er kwamen andere scheepjes van Tiberias, dicht bij de plaats waar zij het brood gegeten hadden, nadat de Heer gedankt had:)

24

Toen het volk dan zag dat Jezus daar niet was, noch Zijn discipelen, gingen ook zij in de scheepjes en kwamen naar Kapernaüm, om Jezus te zoeken.

25

En toen zij Hem gevonden hadden aan de overkant van de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt U hier gekomen?

26

Jezus antwoordde hun en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zoekt Mij, niet omdat gij de wonderen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt.

27

Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, hetwelk de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.