Johannes 8:33
“Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt U dan: U zult vrijgemaakt worden?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 8 — omringende verzen
Jezus zei dan tot hen: Wanneer u de Zoon des mensen verhoogd hebt, dan zult u weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit Mijzelf doe; maar dat Ik deze dingen spreek zoals mijn Vader Mij onderwezen heeft.
29En Hij die Mij gezonden heeft, is met Mij; de Vader heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd de dingen die Hem behagen.
30Terwijl Hij deze woorden sprak, geloofden velen in Hem.
31Jezus zei dan tot die Joden die in Hem geloofden: Als u in mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn discipelen;
32en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.
Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt U dan: U zult vrijgemaakt worden?
Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.
35En de slaaf blijft niet voor altijd in het huis; maar de Zoon blijft er voor altijd.
36Als de Zoon u dan vrijmaakt, zult u werkelijk vrij zijn.
37Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent; maar u zoekt Mij te doden, omdat mijn woord geen plaats in u vindt.
38Ik spreek wat Ik bij mijn Vader gezien heb; en u doet wat u bij uw vader gezien hebt.