Johannes 8:38
“Ik spreek wat Ik bij mijn Vader gezien heb; en u doet wat u bij uw vader gezien hebt.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 8 — omringende verzen
Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt U dan: U zult vrijgemaakt worden?
34Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.
35En de slaaf blijft niet voor altijd in het huis; maar de Zoon blijft er voor altijd.
36Als de Zoon u dan vrijmaakt, zult u werkelijk vrij zijn.
37Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent; maar u zoekt Mij te doden, omdat mijn woord geen plaats in u vindt.
Ik spreek wat Ik bij mijn Vader gezien heb; en u doet wat u bij uw vader gezien hebt.
Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tot hen: Als u Abrahams kinderen waart, zou u de werken van Abraham doen.
40Maar nu zoekt u Mij te doden, een man die u de waarheid gezegd heeft, die Ik van God gehoord heb; dat heeft Abraham niet gedaan.
41U doet de werken van uw vader. Toen zeiden zij tot Hem: Wij zijn niet uit hoererij geboren; wij hebben één Vader, namelijk God.
42Jezus zei tot hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
43Waarom begrijpt u mijn taal niet? Omdat u mijn woord niet kunt horen.