Terug naar Johannes 9
VSV
Statenvertaling

Johannes 9:20

Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is;

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 9 — omringende verzen

15

Toen vroegen de Farizeeën hem ook opnieuw hoe hij het gezicht ontvangen had. Hij zei tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik waste mij, en ik zie.

16

Sommigen van de Farizeeën dan zeiden: Deze man is niet van God, omdat hij de sabbat niet onderhoudt. Anderen zeiden: Hoe kan een zondaar zulke tekenen doen? En er was een verdeeldheid onder hen.

17

Zij zeiden wederom tot de blinde man: Wat zegt u van Hem, omdat Hij uw ogen geopend heeft? Hij zei: Hij is een profeet.

18

Maar de Joden geloofden niet van hem dat hij blind geweest was en het gezicht ontvangen had, totdat zij de ouders riepen van hem die het gezicht ontvangen had.

19

En zij vroegen hun: Is dit uw zoon, van wie u zegt dat hij blind geboren is? Hoe ziet hij dan nu?

20

Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is;

21

maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft de leeftijd bereikt, vraag het hem; hij zal voor zichzelf spreken.

22

Deze woorden spraken zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden reeds afgesproken dat, als iemand Hem als de Christus zou belijden, hij uit de synagoge zou worden geworpen.

23

Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft de leeftijd bereikt, vraag het hem.

24

Toen riepen zij de man die blind was geweest, opnieuw, en zeiden tot hem: Geef God de eer; wij weten dat deze man een zondaar is.

25

Hij antwoordde en zei: Of hij een zondaar is, weet ik niet; één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie.