Johannes 9:31
“Wij weten dat God zondaars niet verhoort; maar als iemand godvrezend is en Zijn wil doet, dié verhoort Hij.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 9 — omringende verzen
Zij zeiden dan weer tot hem: Wat deed Hij u? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?
27Hij antwoordde hun: Ik heb het u al gezegd, en u hebt niet geluisterd; waarom wilt u het opnieuw horen? Wilt u soms ook zijn discipelen worden?
28Toen beschimpten zij hem en zeiden: Jij bent zijn discipel, maar wij zijn discipelen van Mozes.
29Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft; maar deze man, wij weten niet vanwaar hij is.
30De man antwoordde en zei hun: Hierin is nu juist het wonderlijke, dat u niet weet vanwaar Hij is, en toch heeft Hij mijn ogen geopend.
Wij weten dat God zondaars niet verhoort; maar als iemand godvrezend is en Zijn wil doet, dié verhoort Hij.
Sinds het begin der wereld is niet gehoord dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend.
33Als deze man niet van God was, zou Hij niets kunnen doen.
34Zij antwoordden en zeiden tot hem: U bent geheel en al in zonden geboren, en onderwijst u ons? En zij wierpen hem buiten.
35Jezus hoorde dat zij hem buiten geworpen hadden, en toen Hij hem gevonden had, zei Hij tot hem: Gelooft u in de Zoon van God?
36Hij antwoordde en zei: Wie is Hij, Heer, opdat ik in Hem geloven mag?