Johannes 9:27
“Hij antwoordde hun: Ik heb het u al gezegd, en u hebt niet geluisterd; waarom wilt u het opnieuw horen? Wilt u soms ook zijn discipelen worden?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 9 — omringende verzen
Deze woorden spraken zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden reeds afgesproken dat, als iemand Hem als de Christus zou belijden, hij uit de synagoge zou worden geworpen.
23Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft de leeftijd bereikt, vraag het hem.
24Toen riepen zij de man die blind was geweest, opnieuw, en zeiden tot hem: Geef God de eer; wij weten dat deze man een zondaar is.
25Hij antwoordde en zei: Of hij een zondaar is, weet ik niet; één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie.
26Zij zeiden dan weer tot hem: Wat deed Hij u? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?
Hij antwoordde hun: Ik heb het u al gezegd, en u hebt niet geluisterd; waarom wilt u het opnieuw horen? Wilt u soms ook zijn discipelen worden?
Toen beschimpten zij hem en zeiden: Jij bent zijn discipel, maar wij zijn discipelen van Mozes.
29Wij weten dat God tot Mozes gesproken heeft; maar deze man, wij weten niet vanwaar hij is.
30De man antwoordde en zei hun: Hierin is nu juist het wonderlijke, dat u niet weet vanwaar Hij is, en toch heeft Hij mijn ogen geopend.
31Wij weten dat God zondaars niet verhoort; maar als iemand godvrezend is en Zijn wil doet, dié verhoort Hij.
32Sinds het begin der wereld is niet gehoord dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend.