Jona 3:4
“Jona begon de stad in te gaan, een dagreis ver, en hij riep en zei: Nog veertig dagen, en Ninevé zal worden omgekeerd!”
Kruisverwijzingen
Context
Jona 3 — omringende verzen
Het woord van de HEER nu kwam ten tweede male tot Jona, zeggende:
2Sta op, ga naar Ninevé, die grote stad, en verkondig daarin de boodschap die Ik u opdraag.
3Jona stond dan op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEER. Ninevé nu was een uitzonderlijk grote stad, een tocht van drie dagen.
Jona begon de stad in te gaan, een dagreis ver, en hij riep en zei: Nog veertig dagen, en Ninevé zal worden omgekeerd!
Het volk van Ninevé geloofde God en riep een vasten uit en trok rouwgewaden aan, van de grootste tot de kleinste onder hen.
6Het woord bereikte de koning van Ninevé; hij stond op van zijn troon, legde zijn mantel af, bedekte zich met een rouwgewaad en zat in het stof.
7En hij liet in Ninevé uitroepen en bekendmaken op bevel van de koning en zijn groten, zeggende: Laten mensen noch dieren, runderen noch schapen, iets proeven; laten zij niet grazen en geen water drinken.
8Maar laten mensen en dieren bedekt worden met rouwgewaden en krachtig roepen tot God; ja, laten zij zich ieder bekeren van zijn boze weg en van het geweld dat in zijn handen is.
9Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw hebben, en Zijn brandende toorn afwenden, zodat wij niet omkomen.