Jona 3:8
“Maar laten mensen en dieren bedekt worden met rouwgewaden en krachtig roepen tot God; ja, laten zij zich ieder bekeren van zijn boze weg en van het geweld dat in zijn handen is.”
Kruisverwijzingen
Context
Jona 3 — omringende verzen
Jona stond dan op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEER. Ninevé nu was een uitzonderlijk grote stad, een tocht van drie dagen.
4Jona begon de stad in te gaan, een dagreis ver, en hij riep en zei: Nog veertig dagen, en Ninevé zal worden omgekeerd!
5Het volk van Ninevé geloofde God en riep een vasten uit en trok rouwgewaden aan, van de grootste tot de kleinste onder hen.
6Het woord bereikte de koning van Ninevé; hij stond op van zijn troon, legde zijn mantel af, bedekte zich met een rouwgewaad en zat in het stof.
7En hij liet in Ninevé uitroepen en bekendmaken op bevel van de koning en zijn groten, zeggende: Laten mensen noch dieren, runderen noch schapen, iets proeven; laten zij niet grazen en geen water drinken.
Maar laten mensen en dieren bedekt worden met rouwgewaden en krachtig roepen tot God; ja, laten zij zich ieder bekeren van zijn boze weg en van het geweld dat in zijn handen is.
Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw hebben, en Zijn brandende toorn afwenden, zodat wij niet omkomen.
10God zag hun werken, dat zij zich bekeerden van hun boze weg; en God had berouw over het kwaad dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.