Jona 4:10
“Toen zei de HEER: U hebt medelijden gehad met de wonderboom, waarvoor u niet gewerkt hebt en die u niet groot hebt gemaakt; die in één nacht opkwam en in één nacht verging.”
Kruisverwijzingen
Context
Jona 4 — omringende verzen
Jona ging de stad uit en zette zich neer aan de oostkant van de stad; daar maakte hij voor zichzelf een hut en zat eronder in de schaduw, om te zien wat er met de stad zou gebeuren.
6De HEER God nu bereidde een wonderboom en liet die opkomen boven Jona, zodat die schaduw zou geven over zijn hoofd en hem zou verlossen van zijn verdriet. Jona was uitermate verblijd over de wonderboom.
7Maar God bereidde een worm bij het aanbreken van de volgende dag, en die stak de wonderboom aan, zodat hij verdorde.
8En het gebeurde, toen de zon opkwam, dat God een snijdende oostenwind bereidde; en de zon sloeg op het hoofd van Jona, zodat hij flauwviel en voor zichzelf wenste te sterven, en zei: Het is mij beter te sterven dan te leven.
9God zei tot Jona: Doet u er goed aan zo toornig te zijn over de wonderboom? En hij zei: Ik doe er goed aan zo toornig te zijn, tot de dood toe.
Toen zei de HEER: U hebt medelijden gehad met de wonderboom, waarvoor u niet gewerkt hebt en die u niet groot hebt gemaakt; die in één nacht opkwam en in één nacht verging.
Zou Ík dan geen medelijden hebben met Ninevé, die grote stad, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het onderscheid niet kennen tussen hun rechter- en hun linkerhand, en daarbij ook veel vee?