Jona 4:2
“Hij bad tot de HEER en zei: O HEER, was dit niet wat ik zei, toen ik nog in mijn land was? Daarom was ik tevoren gevlucht naar Tarsis; want ik wist dat U een genadig God bent, barmhartig, lankmoedig en van grote goedertierenheid, en berouw hebbend over het kwaad.”
Kruisverwijzingen
Context
Jona 4 — omringende verzen
Maar dit was Jona uitermate mishaaglijk, en hij ontstak in toorn.
Hij bad tot de HEER en zei: O HEER, was dit niet wat ik zei, toen ik nog in mijn land was? Daarom was ik tevoren gevlucht naar Tarsis; want ik wist dat U een genadig God bent, barmhartig, lankmoedig en van grote goedertierenheid, en berouw hebbend over het kwaad.
Neem dan nu, o HEER, mijn leven van mij; want het is mij beter te sterven dan te leven.
4Toen zei de HEER: Doet u er goed aan zo toornig te zijn?
5Jona ging de stad uit en zette zich neer aan de oostkant van de stad; daar maakte hij voor zichzelf een hut en zat eronder in de schaduw, om te zien wat er met de stad zou gebeuren.
6De HEER God nu bereidde een wonderboom en liet die opkomen boven Jona, zodat die schaduw zou geven over zijn hoofd en hem zou verlossen van zijn verdriet. Jona was uitermate verblijd over de wonderboom.
7Maar God bereidde een worm bij het aanbreken van de volgende dag, en die stak de wonderboom aan, zodat hij verdorde.