Jozua 14:1
“En dit zijn de landstreken die de kinderen Israëls als erfenis ontvingen in het land Kanaän, welke Eleazar de priester, en Jozua de zoon van Nun, en de hoofden der vaders van de stammen van de kinderen Israëls als erfenis hebben uitgedeeld aan hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 14 — omringende verzen
En dit zijn de landstreken die de kinderen Israëls als erfenis ontvingen in het land Kanaän, welke Eleazar de priester, en Jozua de zoon van Nun, en de hoofden der vaders van de stammen van de kinderen Israëls als erfenis hebben uitgedeeld aan hen.
Door het lot was hun erfenis, zoals de HEER gebood door de hand van Mozes, voor de negen stammen en voor de halve stam.
3Want Mozes had de erfenis van twee stammen en een halve stam aan de andere zijde van de Jordaan gegeven; maar aan de Levieten gaf hij geen erfenis onder hen.
4Want de kinderen van Jozef waren twee stammen, Manasse en Efraïm; daarom gaven zij aan de Levieten geen deel in het land, behalve steden om in te wonen, met hun weiden voor hun vee en hun bezittingen.
5Zoals de HEER Mozes geboden had, zo deden de kinderen Israëls, en zij verdeelden het land.
6Toen kwamen de kinderen van Juda tot Jozua in Gilgal; en Kaleb, de zoon van Jefunne, de Kenizziet, zei tot hem: Gij weet hetgeen de HEER tot Mozes, de man Gods, gesproken heeft aangaande mij en u in Kades-Barnea.