Terug naar Jozua 18
VSV
Statenvertaling

Jozua 18:7

Maar de Levieten hebben geen deel onder u; want het priesterschap van de HEER is hun erfenis; en Gad, en Ruben, en de halve stam van Manasse hebben hun erfenis ontvangen aan de oostzijde van de Jordaan, die Mozes, de knecht van de HEER, hun gegeven heeft.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 18 — omringende verzen

2

En er bleven nog zeven stammen onder de kinderen Israëls over, die hun erfenis nog niet ontvangen hadden.

3

En Jozua zeide tot de kinderen Israëls: Hoe lang zult gij talmen om het land in bezit te nemen, dat de HEER, de God uwer vaderen, u gegeven heeft?

4

Stel voor uzelf drie mannen aan uit elke stam; en ik zal hen uitzenden, dat zij zich opmaken, door het land trekken, en het in kaart brengen overeenkomstig hun erfenis; en dan terugkomen tot mij.

5

En zij zullen het in zeven delen verdelen; Juda blijft in zijn gebied aan het zuiden, en het huis van Jozef blijft in hun gebieden aan het noorden.

6

Beschrijft dan het land in zeven delen, en brengt de beschrijving hier tot mij, opdat ik hier voor u het lot werpe voor het aangezicht van de HEER, onze God.

7

Maar de Levieten hebben geen deel onder u; want het priesterschap van de HEER is hun erfenis; en Gad, en Ruben, en de halve stam van Manasse hebben hun erfenis ontvangen aan de oostzijde van de Jordaan, die Mozes, de knecht van de HEER, hun gegeven heeft.

8

En de mannen stonden op en gingen heen; en Jozua gebood hun die het land zouden beschrijven, zeggende: Gaat en trekt door het land, beschrijft het, en keert tot mij terug, opdat ik hier voor u het lot werpe voor het aangezicht van de HEER te Silo.

9

En de mannen gingen en trokken door het land, en beschreven het naar de steden in zeven delen in een boek, en kwamen weder tot Jozua in het leger te Silo.

10

En Jozua wierp het lot voor hen te Silo voor het aangezicht van de HEER; en Jozua verdeelde daar het land onder de kinderen Israëls, naar hun afdelingen.

11

En het lot van de stam der kinderen van Benjamin kwam op, naar hun geslachten; en het gebied van hun lot lag tussen de kinderen van Juda en de kinderen van Jozef.

12

En hun grens aan de noordzijde was vanuit de Jordaan; en de grens liep op langs de zijde van Jericho aan de noordzijde, en liep op door het gebergte westwaarts; en de uitgangen daarvan waren in de woestijn van Beth-Aven.