Terug naar Jozua 3
VSV
Statenvertaling

Jozua 3:11

Zie, de ark van het verbond van de Heer van de gehele aarde trekt voor u uit de Jordaan in.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 3 — omringende verzen

6

En Jozua sprak tot de priesters en zei: Neemt de ark van het verbond op en trekt voor het volk uit. Zij namen dan de ark van het verbond op en gingen voor het volk uit.

7

En de HEER zei tot Jozua: Heden zal Ik beginnen u groot te maken in de ogen van gans Israël, opdat zij weten dat, zoals Ik met Mozes was, Ik met u zal zijn.

8

En u zult de priesters die de ark van het verbond dragen gebieden en zeggen: Wanneer u aan de oever van het water van de Jordaan gekomen zult zijn, zult u in de Jordaan stilstaan.

9

En Jozua zei tot de kinderen van Israël: Komt naderbij en hoort de woorden van de HEER uw God.

10

En Jozua zei: Hieraan zult u weten dat de levende God in uw midden is, en dat Hij de Kanaänieten, de Hethieten, de Hevieten, de Ferezieten, de Girgasieten, de Amorieten en de Jebusieten zeker van voor u verdrijven zal.

11

Zie, de ark van het verbond van de Heer van de gehele aarde trekt voor u uit de Jordaan in.

12

Welnu, neemt u twaalf mannen uit de stammen van Israël, uit elke stam één man.

13

En het zal geschieden, zodra de voetzolen van de priesters die de ark van de HEER, de Heer van de gehele aarde, dragen, zullen rusten in de wateren van de Jordaan, dat de wateren van de Jordaan afgesneden zullen worden, namelijk de wateren die van boven afkomen; en zij zullen als een muur staan.

14

En het geschiedde, toen het volk zijn tenten verliet om over de Jordaan te trekken, en de priesters die de ark van het verbond droegen voor het volk uit;

15

en toen zij die de ark droegen tot aan de Jordaan gekomen waren en de voeten van de priesters die de ark droegen gedoopt werden in de rand van het water — want de Jordaan stroomt al zijn oevers vol gedurende de gehele oogsttijd —

16

dat de wateren die van boven afkwamen, stilstonden en als een muur oprezen, zeer ver van de stad Adam, die naast Saretan ligt; en die naar de zee van de vlakte, namelijk de Zoutzee, afvloeiden, werden afgesneden en afgesneden; en het volk trok over, recht tegenover Jericho.