Jozua 3:7
“En de HEER zei tot Jozua: Heden zal Ik beginnen u groot te maken in de ogen van gans Israël, opdat zij weten dat, zoals Ik met Mozes was, Ik met u zal zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 3 — omringende verzen
En het geschiedde na drie dagen, dat de opzieners door het leger gingen;
3en zij geboden het volk, zeggende: Wanneer u de ark van het verbond van de HEER uw God ziet, en de priesters, de Levieten, die haar dragen, dan zult u van uw plaats vertrekken en haar achterna gaan.
4Maar er zal een ruimte zijn tussen u en haar, omtrent tweeduizend el naar de maat; kom niet dichterbij, opdat u de weg moge kennen waarlangs u moet gaan; want u bent deze weg voorheen nooit gegaan.
5En Jozua zei tot het volk: Heiligt u, want morgen zal de HEER wonderen onder u doen.
6En Jozua sprak tot de priesters en zei: Neemt de ark van het verbond op en trekt voor het volk uit. Zij namen dan de ark van het verbond op en gingen voor het volk uit.
En de HEER zei tot Jozua: Heden zal Ik beginnen u groot te maken in de ogen van gans Israël, opdat zij weten dat, zoals Ik met Mozes was, Ik met u zal zijn.
En u zult de priesters die de ark van het verbond dragen gebieden en zeggen: Wanneer u aan de oever van het water van de Jordaan gekomen zult zijn, zult u in de Jordaan stilstaan.
9En Jozua zei tot de kinderen van Israël: Komt naderbij en hoort de woorden van de HEER uw God.
10En Jozua zei: Hieraan zult u weten dat de levende God in uw midden is, en dat Hij de Kanaänieten, de Hethieten, de Hevieten, de Ferezieten, de Girgasieten, de Amorieten en de Jebusieten zeker van voor u verdrijven zal.
11Zie, de ark van het verbond van de Heer van de gehele aarde trekt voor u uit de Jordaan in.
12Welnu, neemt u twaalf mannen uit de stammen van Israël, uit elke stam één man.