Terug naar Leviticus 11
VSV
Statenvertaling

Leviticus 11:42

Wat op zijn buik gaat, en wat op alle vier gaat, of wat meer voeten heeft onder al het kruipende gedierte dat op de aarde kruipt, dat moogt gij niet eten; want zij zijn een gruwel.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 11 — omringende verzen

37

En indien iets van hun dode lichaam valt op enig zaadzaad dat gezaaid zal worden, het zal rein zijn.

38

Maar indien er water over het zaad is gegoten en iets van hun dode lichaam daarop valt, het zal onrein zijn voor u.

39

En indien enig dier waarvan gij eten moogt, sterft: wie het dode lichaam daarvan aanraakt, zal onrein zijn tot de avond.

40

En wie van het dode lichaam daarvan eet, zal zijn kleren wassen en onrein zijn tot de avond; ook wie het dode lichaam daarvan draagt, zal zijn kleren wassen en onrein zijn tot de avond.

41

En elk kruipend gedierte dat op de aarde kruipt, zal een gruwel zijn; het mag niet gegeten worden.

42

Wat op zijn buik gaat, en wat op alle vier gaat, of wat meer voeten heeft onder al het kruipende gedierte dat op de aarde kruipt, dat moogt gij niet eten; want zij zijn een gruwel.

43

Gij zult uzelf niet verfoeilijk maken met enig kruipend gedierte dat kruipt, noch uzelf onrein maken daarmee, zodat gij erdoor verontreinigd wordt.

44

Want Ik ben de HEER uw God; heiligt u dan en weest heilig, want Ik ben heilig; en verontreinigt uzelf niet met enig kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.

45

Want Ik ben de HEER die u opgevoerd heeft uit het land Egypte om uw God te zijn; weest dan heilig, want Ik ben heilig.

46

Dit is de wet betreffende de dieren en het gevogelte en elk levend wezen dat beweegt in de wateren en elk wezen dat op de aarde kruipt;

47

Om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen het dier dat men mag eten en het dier dat men niet mag eten.