Terug naar Leviticus 13
VSV
Statenvertaling

Leviticus 13:40

En de man wiens haar is uitgevallen van zijn hoofd, hij is kaal; maar hij is rein.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 13 — omringende verzen

35

Maar als de schurft zich na zijn reiniging wijd verspreid heeft in de huid,

36

Dan zal de priester hem bezien; en zie, indien de schurft zich verspreid heeft in de huid, zal de priester niet naar geel haar zoeken; hij is onrein.

37

Maar als de schurft naar zijn oordeel stilgestaan heeft en er zwart haar in gegroeid is, dan is de schurft genezen; hij is rein; en de priester zal hem rein verklaren.

38

Indien ook een man of een vrouw in de huid van hun vlees blanke plekken heeft, ja witte blanke plekken,

39

Dan zal de priester het bezien; en zie, indien de blanke plekken in de huid van hun vlees dof wit zijn, is het een sproetachtige uitslag die in de huid groeit; hij is rein.

40

En de man wiens haar is uitgevallen van zijn hoofd, hij is kaal; maar hij is rein.

41

En wie zijn haar verloren heeft aan het voorste deel van zijn hoofd, hij is aan het voorhoofd kaal; maar hij is rein.

42

En als er in de kale schedel of op het kale voorhoofd een witachtig roodachtige zweer is, dan is het melaatsheid die uitgebroken is in zijn kale hoofd of zijn kale voorhoofd.

43

Dan zal de priester het bezien; en zie, indien de zwelling van de zweer witachtig roodachtig is op zijn kale hoofd of zijn kale voorhoofd, zoals melaatsheid er uitziet in de huid van het vlees,

44

Hij is een melaatse man, hij is onrein; de priester zal hem geheel onrein verklaren; zijn plaag is op zijn hoofd.

45

En de melaatse in wie de plaag is, zal zijn kleren scheuren en zijn hoofd onbedekt laten, en hij zal zijn bovenlip bedekken en roepen: Onrein, onrein!