Terug naar Leviticus 14
VSV
Statenvertaling

Leviticus 14:11

En de priester die hem reinigt, zal de man die gereinigd moet worden, en die dingen, voor het aangezicht van de HEER stellen, aan de deur van de tent der samenkomst.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 14 — omringende verzen

6

Wat de levende vogel betreft, hij zal die nemen, alsmede het cederhout, het scharlaken en de hyssop, en zal deze en de levende vogel dopen in het bloed van de vogel die boven het stromende water geslacht is.

7

En hij zal zevenmaal sprengen op hem die van de melaatsheid gereinigd moet worden, en hem rein verklaren, en de levende vogel loslaten in het open veld.

8

En hij die gereinigd moet worden, zal zijn klederen wassen en al zijn haar afscheren en zich in water wassen, zodat hij rein zij; en daarna zal hij het kamp binnenkomen, maar hij zal zeven dagen buiten zijn tent verblijven.

9

Doch op de zevende dag zal hij al het haar van zijn hoofd, zijn baard en zijn wenkbrauwen afscheren; ja, al zijn haar zal hij afscheren; en hij zal zijn klederen wassen, ook zal hij zijn vlees in water wassen, en hij zal rein zijn.

10

En op de achtste dag zal hij twee gave ramslammeren nemen, en één gave ooilam van het eerste jaar, en drie tienden fijn meel als spijsoffer, gemengd met olie, en één log olie.

11

En de priester die hem reinigt, zal de man die gereinigd moet worden, en die dingen, voor het aangezicht van de HEER stellen, aan de deur van de tent der samenkomst.

12

En de priester zal één ramslam nemen en het als schuldoffer offeren, alsmede de log olie, en ze als beweegoffer voor de HEER bewegen.

13

En hij zal het lam slachten op de plaats waar hij het zondoffer en het brandoffer slacht, op de heilige plaats; want zoals het zondoffer aan de priester toebehoort, zo behoort ook het schuldoffer hem toe; het is hoogheilig.

14

En de priester zal van het bloed van het schuldoffer nemen, en de priester zal het strijken op de rechteroorlel van hem die gereinigd moet worden, op de duim van zijn rechterhand en op de grote teen van zijn rechtervoet.

15

En de priester zal van de log olie nemen en het uitgieten in de palm van zijn eigen linkerhand.

16

En de priester zal zijn rechterwijsvinger dopen in de olie die in zijn linkerhand is, en met zijn vinger zevenmaal van de olie sprengen voor het aangezicht van de HEER.