Leviticus 14:39
“En de priester zal op de zevende dag terugkeren en kijken; en zie, indien de plaag zich in de muren van het huis verspreid heeft,”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 14 — omringende verzen
Wanneer gij in het land Kanaän gekomen zijt, dat Ik u tot bezitting geve, en Ik de plaag der melaatsheid breng in een huis van het land uwer bezitting,
35dan zal hij die het huis bezit, komen en het de priester mededelen, zeggende: Het schijnt mij toe alsof er een plaag in het huis is.
36Dan zal de priester gebieden dat men het huis leegmaakt, voordat de priester binnengaat om de plaag te bezien, opdat niet alles wat in het huis is onrein worde; en daarna zal de priester binnengaan om het huis te bezien.
37En hij zal de plaag bekijken; en zie, indien de plaag in de muren van het huis bestaat uit holle strepen, groenachtig of roodachtig, die er dieper uitzien dan de muur,
38dan zal de priester het huis uitgaan naar de deur van het huis, en het huis zeven dagen sluiten.
En de priester zal op de zevende dag terugkeren en kijken; en zie, indien de plaag zich in de muren van het huis verspreid heeft,
dan zal de priester gebieden dat men de stenen waarin de plaag is, wegneemt, en men zal ze buiten de stad op een onreine plaats werpen.
41En hij zal het huis van binnen rondom laten afkrabben, en men zal het stof dat men afkrabt buiten de stad op een onreine plaats uitstorten.
42En men zal andere stenen nemen en die in de plaats van die stenen zetten; en hij zal ander kalk nemen en het huis bepleisteren.
43En indien de plaag wederkeert en in het huis uitbreekt, nadat men de stenen weggenomen heeft, en nadat men het huis afgekrabd heeft en het bepleisterd is,
44dan zal de priester komen en kijken; en zie, indien de plaag zich in het huis verspreid heeft, dan is het een knagende melaatsheid in het huis; het is onrein.