Leviticus 4:2
“Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer een ziel door onwetendheid zondigt tegen enige geboden van de HEER, in dingen die niet gedaan mogen worden, en zij iets daarvan doet,”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 4 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer een ziel door onwetendheid zondigt tegen enige geboden van de HEER, in dingen die niet gedaan mogen worden, en zij iets daarvan doet,
Indien de gezalfde priester zondigt naar de schuld van het volk, zo brenge hij voor zijn zonde die hij gezondigd heeft, een gave var zonder gebrek aan de HEER tot een zondoffer.
4En hij zal de var brengen aan de deur van de tent der samenkomst voor het aangezicht van de HEER; en hij zal zijn hand op het hoofd van de var leggen en de var slachten voor het aangezicht van de HEER.
5En de gezalfde priester zal van het bloed van de var nemen en het naar de tent der samenkomst brengen.
6En de priester zal zijn vinger in het bloed dopen en van het bloed zevenmaal sprenkelen voor het aangezicht van de HEER, voor het voorhangsel van het heiligdom.
7En de priester zal wat van het bloed doen op de horens van het altaar van welriekend reukwerk voor het aangezicht van de HEER, hetwelk in de tent der samenkomst is; en al het bloed van de var zal hij gieten aan de voet van het brandofferaltaar, hetwelk aan de deur van de tent der samenkomst staat.