Leviticus 4:6
“En de priester zal zijn vinger in het bloed dopen en van het bloed zevenmaal sprenkelen voor het aangezicht van de HEER, voor het voorhangsel van het heiligdom.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 4 — omringende verzen
En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer een ziel door onwetendheid zondigt tegen enige geboden van de HEER, in dingen die niet gedaan mogen worden, en zij iets daarvan doet,
3Indien de gezalfde priester zondigt naar de schuld van het volk, zo brenge hij voor zijn zonde die hij gezondigd heeft, een gave var zonder gebrek aan de HEER tot een zondoffer.
4En hij zal de var brengen aan de deur van de tent der samenkomst voor het aangezicht van de HEER; en hij zal zijn hand op het hoofd van de var leggen en de var slachten voor het aangezicht van de HEER.
5En de gezalfde priester zal van het bloed van de var nemen en het naar de tent der samenkomst brengen.
En de priester zal zijn vinger in het bloed dopen en van het bloed zevenmaal sprenkelen voor het aangezicht van de HEER, voor het voorhangsel van het heiligdom.
En de priester zal wat van het bloed doen op de horens van het altaar van welriekend reukwerk voor het aangezicht van de HEER, hetwelk in de tent der samenkomst is; en al het bloed van de var zal hij gieten aan de voet van het brandofferaltaar, hetwelk aan de deur van de tent der samenkomst staat.
8En hij zal al het vet van de var voor het zondoffer daarvan afnemen: het vet dat de ingewanden bedekt, en al het vet dat op de ingewanden is,
9En de twee nieren met het vet dat daarop is, hetwelk bij de lendenen is, en het net boven de lever, dat hij met de nieren zal afnemen,
10Gelijk het van de var van de vredeoffergave afgenomen wordt; en de priester zal ze verbranden op het brandofferaltaar.
11En de huid van de stier, en al zijn vlees, met zijn kop en met zijn poten, en zijn ingewanden en zijn mest,