Leviticus 5:3
“Of indien hij de onreinheid van een mens aanraakt, welke onreinheid dan ook waarmee een mens verontreinigd kan worden, en het is voor hem verborgen gebleven; wanneer hij het te weten komt, dan is hij schuldig.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 5 — omringende verzen
En indien een ziel zondigt en de stem van de bezwering hoort, en hij een getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet bekendmaakt, dan zal hij zijn ongerechtigheid dragen.
2Of indien een ziel iets onreins aanraakt, hetzij het karkas van een onrein wild dier, of het karkas van onrein vee, of het karkas van onreine kruipende dieren, en het is voor hem verborgen gebleven; dan is hij ook onrein en schuldig.
Of indien hij de onreinheid van een mens aanraakt, welke onreinheid dan ook waarmee een mens verontreinigd kan worden, en het is voor hem verborgen gebleven; wanneer hij het te weten komt, dan is hij schuldig.
Of indien een ziel zweert, met zijn lippen uitsprekend om kwaad te doen of om goed te doen, wat het ook zij dat een mens met een eed uitspreekt, en het is voor hem verborgen gebleven; wanneer hij het te weten komt, dan is hij schuldig in een van deze dingen.
5En het zal geschieden, wanneer hij schuldig is in een van deze dingen, dat hij belijden zal dat hij in die zaak gezondigd heeft;
6En hij zal zijn schuldoffer voor de HEER brengen voor zijn zonde die hij begaan heeft, een vrouwtje van het kleinvee, een lam of een geitenbok, als zondoffer; en de priester zal voor hem verzoening doen wegens zijn zonde.
7En indien hij niet in staat is een lam te brengen, dan zal hij voor zijn overtreding die hij begaan heeft twee tortelduiven of twee jonge duiven voor de HEER brengen; één als zondoffer en de ander als brandoffer.
8En hij zal ze naar de priester brengen, die eerst datgene wat voor het zondoffer bestemd is, zal offeren en de kop van zijn nek afknijpen, maar het niet doormidden splijten;