Terug naar Leviticus 6
VSV
Statenvertaling

Leviticus 6:12

En het vuur op het altaar zal daarin brandende blijven; het zal niet uitgedoofd worden; en de priester zal elke morgen hout erop branden en het brandoffer daarin in orde schikken; en hij zal daarop het vet van de vredeoffers verbranden.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 6 — omringende verzen

7

En de priester zal voor hem verzoening doen voor het aangezicht van de HEER, en het zal hem vergeven worden voor al wat hij gedaan heeft, waardoor hij schuldig is geworden.

8

En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:

9

Gebied Aäron en zijn zonen, zeggende: Dit is de wet van het brandoffer; het is het brandoffer, omdat het de gehele nacht tot de morgen op het altaar brandt, en het vuur van het altaar zal daarin brandende blijven.

10

En de priester zal zijn linnen gewaad aantrekken, en zijn linnen broek zal hij op zijn lichaam aantrekken, en hij zal de as opnemen die het vuur van het brandoffer op het altaar verteerd heeft, en hij zal ze naast het altaar leggen.

11

Dan zal hij zijn gewaden uittrekken en andere gewaden aantrekken, en de as buiten het kamp naar een reine plaats brengen.

12

En het vuur op het altaar zal daarin brandende blijven; het zal niet uitgedoofd worden; en de priester zal elke morgen hout erop branden en het brandoffer daarin in orde schikken; en hij zal daarop het vet van de vredeoffers verbranden.

13

Het vuur zal altijd brandende blijven op het altaar; het zal nooit uitdoven.

14

En dit is de wet van het spijsoffer; de zonen van Aäron zullen het offeren voor het aangezicht van de HEER, voor het altaar.

15

En hij zal daarvan een handvol nemen, van het meel van het spijsoffer en van de olie ervan, en alle wierook die op het spijsoffer is, en hij zal het op het altaar verbranden tot een liefelijke reuk, als het gedenkoffer ervan, voor de HEER.

16

En het overige ervan zullen Aäron en zijn zonen eten; het zal gegeten worden als ongezuurde broden op de heilige plaats; in de voorhof van de tabernakel der samenkomst zullen zij het eten.

17

Het zal niet met zuurdesem gebakken worden. Ik heb het hun gegeven als hun deel van Mijn vuuroffers; het is hoogheilig, zoals het zondoffer en het schuldoffer.