Terug naar Leviticus 6
VSV
Statenvertaling

Leviticus 6:17

Het zal niet met zuurdesem gebakken worden. Ik heb het hun gegeven als hun deel van Mijn vuuroffers; het is hoogheilig, zoals het zondoffer en het schuldoffer.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 6 — omringende verzen

12

En het vuur op het altaar zal daarin brandende blijven; het zal niet uitgedoofd worden; en de priester zal elke morgen hout erop branden en het brandoffer daarin in orde schikken; en hij zal daarop het vet van de vredeoffers verbranden.

13

Het vuur zal altijd brandende blijven op het altaar; het zal nooit uitdoven.

14

En dit is de wet van het spijsoffer; de zonen van Aäron zullen het offeren voor het aangezicht van de HEER, voor het altaar.

15

En hij zal daarvan een handvol nemen, van het meel van het spijsoffer en van de olie ervan, en alle wierook die op het spijsoffer is, en hij zal het op het altaar verbranden tot een liefelijke reuk, als het gedenkoffer ervan, voor de HEER.

16

En het overige ervan zullen Aäron en zijn zonen eten; het zal gegeten worden als ongezuurde broden op de heilige plaats; in de voorhof van de tabernakel der samenkomst zullen zij het eten.

17

Het zal niet met zuurdesem gebakken worden. Ik heb het hun gegeven als hun deel van Mijn vuuroffers; het is hoogheilig, zoals het zondoffer en het schuldoffer.

18

Alle mannen onder de kinderen van Aäron mogen daarvan eten. Het zal een eeuwige inzetting zijn voor uw geslachten aangaande de vuuroffers van de HEER: ieder die daaraan raakt, zal heilig zijn.

19

En de HEER sprak tot Mozes, zeggende:

20

Dit is het offer van Aäron en zijn zonen, dat zij aan de HEER zullen brengen op de dag dat hij gezalfd wordt: het tiende deel van een efa fijn meel als een bestendig graanoffer, de helft daarvan in de morgen en de helft daarvan in de avond.

21

Het zal in een pan met olie bereid worden; en wanneer het gebakken is, zult gij het brengen: en de gebakken stukken van het graanoffer zult gij de HEER als een lieflijke reuk offeren.

22

En de priester onder zijn zonen die in zijn plaats gezalfd is, zal het offeren: het is een eeuwige inzetting voor de HEER; het zal geheel verbrand worden.