Lukas 10:18
“En Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 10 — omringende verzen
Wee u, Chorazin! wee u, Bethsaïda! want indien in Tyrus en Sidon de krachtige werken geschied waren die in u geschied zijn, zij zouden reeds lang geleden in zak en as gezeten hebben en zich bekeerd hebben.
14Maar het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel dan voor u.
15En gij, Kapernaüm, die tot de hemel verheven zijt, gij zult tot de hel neergestoten worden.
16Wie naar u hoort, hoort naar Mij; en wie u veracht, veracht Mij; en wie Mij veracht, veracht Hem die Mij gezonden heeft.
17En de zeventig keerden terug met vreugde en zeiden: Heer, zelfs de duivelen zijn ons onderworpen door Uw naam.
En Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.
Zie, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht van de vijand; en niets zal u in enig opzicht schaden.
20Verblijd u echter niet hierover, dat de geesten u onderworpen zijn, maar verblijd u veeleer, omdat uw namen zijn opgeschreven in de hemel.
21In datzelfde uur verheugde Jezus Zich in de Geest en zeide: Ik dank U, o Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en ze aan de kinderkens geopenbaard hebt; ja Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.
22Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand weet wie de Zoon is dan de Vader, en wie de Vader is dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.
23En Hij keerde Zich naar Zijn discipelen en zeide vertrouwelijk: Zalig zijn de ogen die zien wat gij ziet;