Lukas 10:29
“Maar hij, willende zichzelf rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 10 — omringende verzen
want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en het niet gezien hebben; en te horen wat gij hoort, en het niet gehoord hebben.
25En zie, een zekere wetgeleerde stond op en verzocht Hem om Hem te verzoeken, en zeide: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
26Hij zeide tot hem: Wat is er in de wet geschreven? Hoe leest gij?
27En hij antwoordde en zeide: Gij zult de Heer uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand; en uw naaste als uzelf.
28En Hij zeide tot hem: Gij hebt juist geantwoord; doe dit en gij zult leven.
Maar hij, willende zichzelf rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste?
En Jezus antwoordde en zeide: Een zeker man daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in handen van rovers, die hem van zijn kleding beroofden, hem slagen toebrachten en weggingen, hem half dood achterlatende.
31En bij toeval daalde een zekere priester langs diezelfde weg af; en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij.
32En evenzo een Leviet, toen hij ter plaatse gekomen was, hij zag hem en ging aan de overkant voorbij.
33Maar een zekere Samaritaan, die reisde, kwam naar de plek waar hij was; en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen,
34en hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn in, zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en droeg zorg voor hem.