Lukas 11:13
“Indien dan gij, die slecht zijt, weet goede gaven te geven aan uw kinderen: hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die Hem erom vragen?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 11 — omringende verzen
Ik zeg u: al zou hij niet opstaan en hem geven omdat hij zijn vriend is, toch zal hij vanwege zijn aandringen opstaan en hem geven zoveel als hij nodig heeft.
9En Ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
10Want een ieder die bidt, ontvangt; en wie zoekt, vindt; en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
11Of welk vader onder u zal zijn zoon, als die hem om brood vraagt, een steen geven? Of als hij om een vis vraagt, zal hij hem voor een vis een slang geven?
12Of als hij om een ei vraagt, zal hij hem een schorpioen aanbieden?
Indien dan gij, die slecht zijt, weet goede gaven te geven aan uw kinderen: hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die Hem erom vragen?
En Hij dreef een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, toen de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.
15Maar sommigen van hen zeiden: Hij drijft de duivelen uit door Beëlzebul, de overste der duivelen.
16En anderen verzochten Hem, om Hem te verzoeken, en begeerden van Hem een teken uit de hemel.
17Maar Hij, hun gedachten kennende, zeide tot hen: Elk koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een huis dat tegen een huis verdeeld is, valt.
18Indien de satan ook tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk standhouden? Want gij zegt dat Ik de duivelen uitdrijf door Beëlzebul.